donderdag 5 januari 2012

Ten eerste


Dit blog gaat over die vrouw die geen baan had, maar er wel een wilde. Twaalf jaar geleden leek het heel logisch om alle schepen achter zich te verbranden. Een pasgeboren jongetje, zo broos, zo lief en geen plaats in de herberg die creche heet. Er kwam nog een jongetje en een tijdje later nog een meisje. De tijd verstreek, sneller dan ze had gedacht, en ineens was ze er al een hele tijd uit. Ineens was ze de veertig gepasseerd. Ineens was ze niet jong meer. Tenminste, in de spiegel niet.

Die vrouw ben ik. En ik ben blij dat het zo gelopen is. Ik had wel een kind van mij willen zijn, hoewel ik het ook bijzonder getroffen heb met mijn eigen moeder. Maar de vraag, terloops gesteld: "En wat doe jij eigenlijk", heeft me altijd een vaag gevoel van onrust gegeven. Ik wil soms heel graag zeggen dat ik neurochirurg ben, of iets anders dat een mogelijke bewonderende blik op zou leveren. "Ik zorg voor onze kinderen", doet dat in ieder geval niet.

Nu ben ik niet uit op bewondering. Althans, niet als hoofddoel in het leven. En de zoektocht naar een baan is daar ook niet door ingegeven. Nooit meer werken. Dat is raar. Dat geeft zo mogelijk nog een veel groter gevoel van onrust dan nu niet werken. En bovendien heb ik genoeg te bieden. Maar aan wie? En wat?

Goede voornemens dus. We weten allemaal hoe betrekkelijk ze zijn. Mijn goede voornemen is het zoeken van een betaalde baan in 2012.